Rechten

Decreet rechtspositie van de minderjarige

Wie in de hulpverlening terechtkomt, geeft de controle over haar eigen leven een beetje uit handen.  Een minderjarige is daarbij kwetsbaarder dan een volwassene. Daarom is het belangrijk dat hij rechten heeft. Op het ogenblik dat een minderjarige of zijn gezin professionele hulp krijgt, treedt het Decreet Rechtspositie in werking.  In Sporen zijn brochures (één op maat van opvoedingsverantwoordelijken en één op maat van de jongeren) beschikbaar die dit thema uitgebreid behandelen.

Hieronder maken we enkele rechten concreet:

Meepraten

De begeleider heeft regelmatig een individueel gesprek met de jongere .

De jongere heeft ook inspraak op de overlegmomenten die er doorheen de begeleiding georganiseerd worden:  Ze worden samen met de context (en eventueel de consulent) uitgenodigd.

  • Kennismakingsgesprek: jongere en context krijgen uitleg over de werking van de afdeling.
  • Intakegesprek: algemene doelstellingen van jongere, context en ev. consulent worden samen opgesteld.
  • IHP (individueel handelingsplan): dit overleg vindt plaats 45 dagen na het intakegesprek.  De algemene doelstellingen van jongere, context en ev. consulent worden nu in concrete doelstellingen gegoten.  De hulpverleningstermijn wordt afgesproken.
  • Evolutievergadering: elke zes maanden komt iedereen samen om de evolutie van de voorbije periode te bespreken.  De evolutie wordt afgetoetst op basis van de doelstellingen en afspraken van het IHP.  Doelstellingen worden bijgestuurd.
  • Eindvergadering: tijdens dit overleg worden afspraken gemaakt rond het beïndigen van de begeleiding en en de nazorg.

Iedereen krijgt een kopie van de verslagen die opgesteld worden volgens de 3-kolommen van SofS (Sign of Safety).

Je dossier

Elke jongere die begeleid wordt heeft een eigen dossier.  Sinds 1 oktober 2014 werkt vzw Sporen met een elektronisch cliëntdossier 'Regas' (www.regas.be). Dit wil zeggen dat alle gegevens en verslagen zorgvuldig worden bijgehouden op een streng beveiligd systeem. Alleen betrokken begeleiders kunnen dit dossier via PC en internet inkijken. De toegang hierop wordt regelmatig gecontroleerd.  Ook directie- en stafleden hebben toegang tot het dossier.

In het dossier komen verslagen van gesprekken die met de jongere, zijn/haar ouders,  school, consulent (indien OCJ of JrB) of andere personen van diens netwerk gevoerd worden.

Op elk moment mogen de jongere, de ouders en/of (indien van toepassing) de consulent het dossier opvragen. Als dit het geval is, zal een medewerker van de afdeling het dossier of een deel ervan binnen 14 dagen samen overlopen. De jongere heeft immers recht op inzage en toelichting.
Elke jongere heeft het recht zich te verzetten tegen de toegang van zijn dossier door andere personen, als hij hier een duidelijke motivatie voor kan geven.

De jongere heeft toegang tot de meeste gegevens in het dossier, maar toch zijn er enkele uitzonderingen die hij niet mag inlezen, namelijk:

  • Verslagen van het gerecht (vb. Jeugdrechtbank).         
  • Wanneer iemand (ouders, hulpverlener, vriend, leerkracht, pleegouders, buurman,..)  informatie meedeelt, kan deze vragen dat deze informatie als ‘vertrouwelijk’ behandeld wordt. Dit wil zeggen dat de minderjarige geen recht heeft deze informatie in te kijken.
  • Gegevens waarover de hulpverlener oordeelt dat het niet in het belang is dat de jongere erover geïnformeerd wordt. De bijstandspersoon kan deze informatie wel inkijken.
  • Alle gegevens over personen die niet tot de context van de jongere behoren. Sommige informatie kan dan bijvoorbeeld door middel van een gesprek wel gegeven worden.

De jongere heeft steeds het recht zijn dossier aan te vullen. Dit wil zeggen dat hij aan zijn begeleider mag vragen om documenten toe te voegen aan zijn dossier. Daarnaast heeft hij steeds het recht om zijn versie te geven van de feiten die in het dossier vermeld staan.

De jongere heeft steeds het recht een afschrift van zijn dossier op te vragen. Dit afschrift is echter persoonlijk en vertrouwelijk en mag enkel gebruikt worden in het kader van de hulpverlening. Na de begeleiding wordt het dossier tot vijf jaar na de meerderjarigheid bijgehouden in het archief van vzw Sporen en vervolgens vernietigd.

Een vertrouwenspersoon

De jongere kiest  een vertrouwenspersoon die het hele begeleidingstraject mee opvolgt. Deze volwassene heeft niets te maken met de jeugdhulp die de jongere krijgt, is meerderjarig en heeft een bewijs van goed gedrag en zeden.

Privacy

Zonder toestemming van het gezin mogen we geen informatie over doorgeven aan derden. We zijn gebonden aan een beroepsgeheim.

Toch zijn op dit beroepsgeheim uitzonderingen:

  • De consulent van OCJ, VK of JRB wordt geïnformeerd over het verloop van de begeleiding, en moet in het bijzonder worden ingelicht bij belangrijke gebeurtenissen.
  • Bij een ernstige gevaarsituatie zal er natuurlijk onmiddellijk hulp worden ingeroepen.
  • Binnen het team hebben we een gedeeld beroepsgeheim d.w.z. dat er overlegmomenten georganiseerd worden op teamniveau en elke begeleider heeft een werkbegeleiding waarin het gezin wordt opgevolgd.

Meer informatie over het beroepsgeheim is terug te vinden op de website van de ondersteuningsstructuur voor bijzondere jeugdzorg: www.steunpuntjeugdhulp.be

Klachten

Soms gebeurt het dat een ouder en/ of jongere niet tevreden zijn over hoe de begeleiding loopt. Of het kan zijn dat de samenwerking met de begeleider moeilijk loopt.

Als een ouder en/ of jongere ontevreden zijn, proberen zij best in de eerste plaats hierover te praten met diegene met wie ze het probleem ervaren. Als dat niet helpt of als de ouder en/ of jongere vrezen niet gehoord te worden, dan kunnen zij een klacht neerleggen.

Klachtenprocedure